België betaalt 2 miljard meer voor windmolenparken dan Nederland

Tegen 2020 worden er nog zes nieuwe windmolenparken in de Noordzee gebouwd. Foto: Pixabay

De windmolenparken die België bouwt in de Noordzee zijn een pak duurder dan de parken die ernaast in Nederland worden gebouwd. Dat blijkt uit een studie van CREG, de federale energieregulator. De oversubsidiëring van 2 miljard zal u merken op uw energierekening.

Nederland sloot goedkope deal voor haar windmolenparken

Twee miljard. Dat is het bedrag dat België te veel betaalt voor haar nieuwste windmolenparken.

Het begon allemaal in de zomer van 2016 toen de Nederlandse regering een deal sloot voor de bouw van twee nieuwe windmolenparken in de Noordzee, net voor de kust van Zeeuws-Vlaanderen. Voor de bouw van die parken ging Nederland in zee met het Deense energiebedrijf DONG Energie. Dat bedrijf kwam als goedkoopste uit de aanbesteding. DONG Energie is tevreden met een prijs van 72,70 euro per megawattuur gedurende de eerste vijftien jaar.

Slechts enkele weken voor Nederland het contract tekende, had België ook een akkoord gesloten voor de bouw van twee nieuwe windmolenparken. Rentel en Norther zullen op dezelfde plaats maar aan de Belgische kant van de Noordzee gebouwd worden. België werkt voor de bouw van de parken niet samen met het Deense bedrijf maar met het Belgische consortia. Dat is echter fors duurder uitgedraaid: de Belgische regering moet maar liefst tussen de 124 en 130 euro per megawattuur gedurende negentien jaar betalen.

De studie van CREG

Toen de grote prijsverschillen bekend werden gemaakt, verdedigde de windmolensector zich door te stellen dat men “geen appelen met peren mag vergelijken”. Toch kwam er, op aanvraag van minister van Energie Marie-Christine Marghem (MR) een studie die de dossiers van Nederland en België naast elkaar legt. De studie van twee dossier werd uitgevoerd door CREG, de federale energieregulator van België.

De resultaten werden gebundeld in een vertrouwelijk rapport dat de media kon inkijken. Wat blijkt? Op basis van vergelijkbare data en voor een looptijd van bijna twintig jaar, krijgen de Belgische windmolenparken liefst 2 miljard euro meer subsidies dan de Nederlandse.

Waar ging het mis?

Het grote verschil is de werkwijze voor de bouw van de parken. In Nederland werkte men met een aanbesteding. Dat stond de concurrerende bedrijven toe om hun prijzen tegen elkaar uit te spelen. Nederland vond zo de goedkoopste oplossing.

In België was dezelfde werkwijze echter niet mogelijk. De Belgische regering heeft ruim tien jaar geleden al concessies verleend aan de consortia, waardoor ze dus aan die bedrijven vast zit.

Volgens de VRT zouden de Belgische bedrijven de regering onder druk hebben gezet om een akkoord te sluiten voor de Nederlandse deal rond was. Zo zouden de bedrijven maar al te goed geweten hebben dat de prijs bij onze Noorderburen aanzienlijk lager zou liggen.

Duurdere energierekening

De gevolgen voor de consument laten zich inmiddels raden: de oversubsidiëring van de Belgische windmolenparken zal worden doorgerekend naar de gebruiker. De energiefactuur zal dus hoogst waarschijnlijk opnieuw stijgen.

De Belgische regering reageert

Toekomstige windmolenparken zullen fors minder steun in de vorm van subsidies krijgen. Dat is alvast het plan. De Belgische regering reageert daarmee op de resultaten van de studie van energiewaakhond CREG. Uit hun studie bleek dat als ons land hetzelfde subsidieniveau zou hanteren als Nederland, nieuwe windparken ook rendabel zouden kunnen zijn met 62 tot 64 euro steun per geproduceerde megawattuur elektriciteit. De laatste twee grote projecten, Rentel en Norther, kregen echter tussen 124 en 129,8 euro per megawattuur toegekend.

De regering wil dat scenario in de toekomst vermijden. Drie toekomstige, al toegezegde projecten, zullen fors minder steun krijgen. Als de steun voor bijvoorbeeld Northwester 2, het eerstvolgende project, naar Nederlands niveau wordt gebracht, kan dat 1 miljard euro uitsparen. Voor de drie parken samen zou het gaan om een besparing van 3,5 miljard euro.

Windmolenparken in België

België heeft momenteel 3 windmolenparken in de Noordzee: Belwind 1, Thorntonbank en Northwind. De parken bestaan respectievelijk uit 55, 54 en 72 windmolens.

Het grootste windmolenpark, Belwind 1, bevindt zich op 46 km voor de kust van Zeebrugge. De Belgische nv Belwind nam dat park op 9 december officieel in gebruik. De 55 turbines hebben een totaal vermogen van 165 megaWatt. Belwind verwacht dat het park jaarlijks 550 GW groene stroom zal produceren. Dat is genoeg energie om 175.000 Belgische huishoudens van elektriciteit te voorzien.

Naast de bestaande windparken heeft België ook nieuwe parken gepland. Het gaat om zes nieuwe parken. In totaal zijn er 451 turbines ingepland, goed voor een totale capaciteit van 2142 MW. Dit zou ongeveer 7% van het bruto Belgische elektriciteitsverbruik beslaan. Tegen 2020 zouden alle parken actief moeten zijn.

Comments of the page

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

KillMyBill gebruikt cookies om de gebruikerservaring te verbeteren. KillMyBill gebruikt cookies om de gebruikerservaring te verbeteren. Meer informatie.